vorige  |  volgende
noordse winterjuffer  (Sympecma paedisca)

Biologie en ecologie

Levenscyclus

Samen met bruine winterjuffer de enige Europese libel die als imago overwintert. De imago’s kunnen daardoor uitzonderlijk oud worden, tot wel tien maanden. In het vroege voorjaar vindt de voortplanting plaats en worden de eitjes afgezet. Vervolgens ontwikkelen de larven zich binnen drie maanden tot imago’s, die in de nazomer verschijnen. Wanneer het kouder wordt begint de overwintering.

Leefomgeving larve

Weinig over bekend. Waarschijnlijk in ondiep water tussen waterplanten.

Habitat

Voortplantingshabitat: petgaten en sloten in laagveenmoerassen, meestal met lisdodde en riet. Daarnaast ook plassen met brede rietkraag of andere laagveenachtige vegetatie. Overwinteringshabitat: beschutte plaatsen in heidevelden, velden van pijpenstrootje, halfopen (moeras)bossen met ondergroei van pijpenstrootje.

Tips om deze soort te vinden

Winterjuffers zijn in het voorjaar makkelijker vindbaar dan in het najaar, aangezien ze alleen in de voortplantingsperiode bij het water actief zijn. In augustus/september kun je het best zoeken naar pas uitgeslopen individuen, of jagende dieren in de dichtstbijzijnde bosrand van het voortplantingswater.

Mobiliteit

De noordse winterjuffer is een mobiele soort, die (met name in het najaar) ver van geschikte voortplantingshabitat kan worden aangetroffen. De voortplantingsgebieden en overwinteringsgebieden kunnen ver uit elkaar liggen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de vele waarnemingen die in het najaar en de winter zijn gedaan in Drenthe en Friesland. Deze dieren zijn vermoedelijk grotendeels afkomstig uit De Weerribben.

Vliegtijd en gedrag

De voorjaarsgeneratie (die zich voortplant) is vooral actief van eind maart tot eind mei, met een piek van eind april tot half mei. Op zonnige dagen kunnen actieve imago’s echter nog vroeger in het voorjaar worden waargenomen, of zelfs in de winter. De najaarsgeneratie vliegt van eind juli tot in november, met een piek van half augustus tot en met begin oktober. In juni en de eerste helft van juli zijn waarnemingen schaars.
Imago’s rusten vaak op houtige of verdorde plantenstengels en drukken zich hier in de lengterichting tegenaan. Hierdoor vallen ze nauwelijks op, totdat ze een stukje verder vliegen. De voorjaarsgeneratie plant zich voort en is dan hoofdzakelijk aan de waterkant en aangrenzend rietland aan te treffen. Eieren worden doorgaans in tandem afgezet in drijvend plantenmateriaal. Meestal zijn dit dode stengels en bladeren van lisdodde of riet. De najaarsgeneratie heeft na het uitsluipen geen binding meer met het water en kan ver van de voortplantingshabitat worden aangetroffen. Imago’s zijn dan meestal jagend of rustend aan te treffen op beschutte plaatsen, bijvoorbeeld in bosranden en op heidevelden. Voor de overwintering zoeken ze beschutte plekjes op in bijvoorbeeld heidestruiken en pijpenstrootjepollen, meestal in de beschutting van bos.

Laatste wijziging: 5 september 2008
Meer over deze soort:
Foto: Jaap Bouwman
Foto: Jo Hermans
Vrouwtje
Kuinre - 25 augustus 2007
Foto: Gert Gelmers
Paringswiel
Kuinre, Kuinderbos - 20 april 2009
Foto: Jo Hermans
Mannetje
Kuinre - 25 juli 2007
 meer foto's »