
ZOEKFUNCTIESof zoek via: |
blauwe breedscheenjuffer (Platycnemis pennipes)
Flets gekleurde juffer langs beken. OnderordejuffersFamiliebreedscheenjuffers (Platycnemididae)meer informatie over deze familie » Kenmerken35-37 mm. Lichte poten met verbrede schenen en een zwarte lengtestreep aan de buitenzijde. Kop breder dan bij andere juffers, met twee lichte dwarsstrepen. Borststuk met twee lichte schoudernaadstrepen in plaats van een, hierdoor een ‘drukke’ indruk makend. Pterostigma’s oker tot roodbruin. Mannetje: achterlijf flets blauw (soms bijna wit) met variabele zwarte tekening. Op segmenten 1 tot en met 6 meestal een dunne zwarte lengtestreep. Op segmenten 7 tot en met 10 is deze streep breder en over de lengte in tweeën gedeeld. Vrouwtje: lichaamskleur beige, bij jonge dieren met oranje tint. Bovenzijde achterlijf met dubbele zwarte streep, die naar achter toe breder wordt. Op segmenten 2 tot en met 6 is deze streep vaak gereduceerd tot twee zwarte puntjes.Gelijkende soortenEventueel azuurwaterjuffer. In Zuid-Europa komen nog twee breedscheenjuffersoorten voor.Klik op het kaartje voor een vergroting VoorkomenAlgemeen op de hoge zandgronden, elders zeldzaam.HabitatLangzaam stromende beken, rivieren en kanalen. Daarnaast ook in grote, zuurstofrijke plassen en visvijvers.Vliegtijd en gedragVan begin mei tot eind september, hoofdvliegtijd van eind mei tot half augustus. Er zijn twee piekjes in de vliegtijd te zien: eind mei-begin juni en eind juli-begin augustus. Dit heeft vermoedelijk betrekking op dieren die twee, respectievelijk een winter als larve hebben doorgebracht. Imago’s zijn te vinden in grasvegetaties langs de oever, maar ook op grazige plekken ver van het water. Bij verstoring vliegen vaak grote groepen uit het gras op. De paring is ook niet aan het water gebonden; de mannetjes wachten niet tot vrouwtjes naar het water komen, maar gaan zelf actief op zoek. Eitjes worden in tandem afgezet op allerlei drijvende en in het water staande planten. Dit gebeurt vaak groepsgewijs.LevenscyclusDe larven brengen meestal twee, maar soms een winter door. Larven die tweemaal hebben overwinterd sluipen uit in mei en juni, larven die eenmaal hebben overwinterd eind juli of begin augustus.Laatste wijziging: 8 februari 2010 |
Meer over deze soort:
Foto: Tim Termaat Mannetje 3 augustus 2007 Foto: Eelke Schoppers Vrouwtje Schipborg - 20 juni 2006 Foto: Klaas van Haeringen Eiafzet in tandem Drentse Aa - 2 juli 2009 Foto: Kim Huskens Erfkamerlingschap Foto: Kim Huskens Roer |
|




