
ZOEKFUNCTIESof zoek via: |
noordse winterjuffer (Sympecma paedisca)
‘Vliegend strootje’ in laagveengebieden. OnderordejuffersFamiliepantserjuffers (Lestidae)meer informatie over deze familie » Kenmerken36-39 mm. Lichtbruin tot oranjebruin lichaam, met donkere bronskleurige tekening op achterlijfsrug en borststuk (bij jonge dieren met groene glans). De donkere figuurtjes op het achterlijf zijn torpedovormig. In het voorjaar vaak veel donkerder gekleurd, hierdoor effen donkerbruin lijkend. De ogen hebben dan vaak blauwe berijping. Pterostigma’s lang en bruin en in de voorvleugels dichter bij de top geplaatst dan in de achtervleugels. In rust worden de vleugels alle vier aan één kant van het lichaam samengehouden. De donkere strepen op de borststukrug hebben een uitstulping aan de onderkant. De donkere strepen op de zijkant van het borststuk (onder de schoudernaad) zijn relatief smal.Gelijkende soortenBruine winterjuffer en vrouwtjes watersnuffel (bruine vorm)Klik op het kaartje voor een vergroting VoorkomenZeldzaam.HabitatVoortplantingshabitat: petgaten en sloten in laagveenmoerassen, meestal met lisdodde en riet. Daarnaast ook plassen met brede rietkraag of andere laagveenachtige vegetatie. Overwinteringshabitat: beschutte plaatsen in heidevelden, velden van pijpenstrootje, halfopen (moeras)bossen met ondergroei van pijpenstrootje.Vliegtijd en gedragDe voorjaarsgeneratie (die zich voortplant) is vooral actief van eind maart tot eind mei, met een piek van eind april tot half mei. Op zonnige dagen kunnen actieve imago’s echter nog vroeger in het voorjaar worden waargenomen, of zelfs in de winter. De najaarsgeneratie vliegt van eind juli tot in november, met een piek van half augustus tot en met begin oktober. In juni en de eerste helft van juli zijn waarnemingen schaars.Imago’s rusten vaak op houtige of verdorde plantenstengels en drukken zich hier in de lengterichting tegenaan. Hierdoor vallen ze nauwelijks op, totdat ze een stukje verder vliegen. De voorjaarsgeneratie plant zich voort en is dan hoofdzakelijk aan de waterkant en aangrenzend rietland aan te treffen. Eieren worden doorgaans in tandem afgezet in drijvend plantenmateriaal. Meestal zijn dit dode stengels en bladeren van lisdodde of riet. De najaarsgeneratie heeft na het uitsluipen geen binding meer met het water en kan ver van de voortplantingshabitat worden aangetroffen. Imago’s zijn dan meestal jagend of rustend aan te treffen op beschutte plaatsen, bijvoorbeeld in bosranden en op heidevelden. Voor de overwintering zoeken ze beschutte plekjes op in bijvoorbeeld heidestruiken en pijpenstrootjepollen, meestal in de beschutting van bos. LevenscyclusSamen met bruine winterjuffer de enige Europese libel die als imago overwintert. De imago’s kunnen daardoor uitzonderlijk oud worden, tot wel tien maanden. In het vroege voorjaar vindt de voortplanting plaats en worden de eitjes afgezet. Vervolgens ontwikkelen de larven zich binnen drie maanden tot imago’s, die in de nazomer verschijnen. Wanneer het kouder wordt begint de overwintering.Laatste wijziging: 8 februari 2010 |
Meer over deze soort:
Foto: Jaap Bouwman Foto: Jo Hermans Vrouwtje Kuinre - 25 augustus 2007 Foto: Gert Gelmers Paringswiel Kuinre, Kuinderbos - 20 april 2009 Foto: Jo Hermans Mannetje Kuinre - 25 juli 2007 |
|



